Zo vertrokken we vanuit de parkeergarage in Sydney. Toch even weer wennen dat links rijden. Steeds maar weer de ruitenwisser aan i.p.v. het knipperlicht. Maar Sander had het toch snel weer onder de knie.
Onze eerste stop: The Blue Mountains. Hier waren we allebei al eerder geweest maar het blijft een indrukwekkende plek. Een National Park met volop bossen en bergen. Helaas wel erg toeristisch.
Tijd om echt te gaan kamperen dus. Weg van de mensenmassa! Vol goede moed gingen we op weg naar Abbercrombie Caves Campsite. Nou, en dat begon lekker. Het wordt toch eerder donker dan verwacht en misschien toch vaker tanken de volgende keer (als er nog een volgende keer zou komen...). Met het gastanklampje op rood en de benzinepijl op bijna 'empty' raakte ik volledig in paniek natuurlijk.We waren in de midlle of nowhere en ik zag ons al stranden midden in een oerwoud met enge spinnen en heftige bosbranden op de loer!
Toch de camping gehaald. Die lag in een diep dal midden in de bossen en bergen. "Hoe komen we morgen ooit terug die berg op?" dacht ik nog.'t dichtsbijzijnde dorp was nog 35 km...
Tja, en dan wordt je de volgende ochtend wakker. Je gooit de achterklep van de bus open, de zon schijnt en aan de overkant van een idillisch beekje staan drie kangeroes je verontwaardigd aan te kijken omdat je de stilte verstoord. Als klap op de vuurpijl komt er een grote rode papagaai op mijn schouder meeontbijten!
" Waar heb ik me in hemelsnaam druk om gemaakt gisteren? Op deze plek wil ik best enkele dagen stranden!"
Het dichtsbijzijnde tankstation hebben we natuurlijk ruim gehaald...haha.
De daaropvolgende dagen zijn we via Bombay (Braidwood), Mistery Bay, Mallacoota, Cape Conrad, Buchan en Walhalla naar Melbourne gereden. Angstvallig de lampjes en metertjes voor de gas en bezine in de gaten houdend natuurlijk.
Over het algemeen hebben we vrij afgelegen gecampeerd. Vaak is dit een stukje grond waar een toiletgebouw, lees 4 houten wanden met een primitieve WC boven een gat in de grond, te vinden is. ’s Ochtends komt er dan een ranger langs bij wie je kunt betalen, of je laat een eveloppe met geld achter in een soort brievenbus.
’s Avonds tegen half zes kwamen we vaak aan op bestemming. Dan als een gek hout sprokkelen, want om 18.30 is het hier pikkedonker (het is hier officieel nog winter) en wordt het koud. Dan is een kampvuur wel lekker.
We hebben veel wilde dieren gezien waaronder possums, papegaaien, kangeroes, een long nosed bandicoot, salamanders en egels. Met als toppunt een reuze-haggedis die door het gekraak van de remmen helaas niet op de gevoellige plaat is vastgelegd.
Een paar high-lights van de trip:
- In Buchan hebben we een van de limestone grotten bezocht.
- We hebben een echt goudmijnstadje bezocht (Walhalla)
- We hebben Genoa-peak beklommen waar we van een supermooi uitzicht hebben genoten (360 graden zicht).
Dit is echt waarom we naar Australie zijn verhuisd!
Tja, en dan begint ’t echte leven weer. Vrijdag zijn we aangekomen in Melbourne. We staan op een camping aan de rand van de stad. Ons busje voor contgrole naar de garage gebracht.... Dat was wel een tegenvaller, er blijkt water in de motor te zitten (waarschijnlijk lekke koppakking)! Dit gaat ons weer een paar van onze centjes kosten.
Nu slapen we in een tent die de garagehouder had liggen. We zullen we een paar daagjes moeten wachten voordat Mitsi, volgens traditie moet een backpackersbusje een naam hebben, weer terug is.
Ondertussen zijn San en ik druk op zoek naar (tijdelijke) woonruimte en proberen we te wennen aan Melbourne. Maar ik denk niet dat dat zo’n probleem gaat worden...!!!
Monique






